Vlaamse Auteursvereniging: nota t.a.v. de Vlaamse minister van Cultuur
De Vlaamse Auteursvereniging (VAV) is de representatieve belangenvereniging voor literaire auteurs, vertalers, scenaristen, illustratoren en stripauteurs (verder in de tekst gezamenlijk ‘auteurs’ genoemd). De vereniging telt meer dan 500 aangesloten leden.
De Vlaamse Auteursvereniging legt aan de nieuwe Vlaamse minister van Cultuur graag de volgende aandachtspunten voor, en hoopt op een permanent en constructief overleg met de minister en haar kabinet.
Als Vlaamse auteurs geloven wij dat het letterenbeleid als doel hoort te hebben dat zoveel mogelijk auteurs hun werk op een professionele manier kunnen uitoefenen.
Uiteraard betwisten wij daarbij de rol van de vele intermediaire instanties (Vlaams Fonds voor de Letteren, Stichting Lezen, Passa Porta, Behoud de Begeerte, Vrijstaat O., Poëziecentrum, enz.) niet, maar de Vlaamse overheid moet er wel over waken dat deze instrumenten zo efficiënt en transparant mogelijk hun doelstellingen proberen te bereiken en dat haar middelen in de allereerste plaats de (Vlaamse) auteurs en hun werk ten goede komen. Daarom pleiten wij voor een brede, geprofessionaliseerde, gecoördineerde en transparante letterensector. In wat volgt lichten we elk van de vier begrippen toe.
1. Een brede letterensector
Voor auteurs spelen er veel selectiemechanismen: of je al dan niet een uitgever vindt, of de boekhandels je boek al dan niet inkopen, of de pers het oppikt, of uiteindelijk mensen interesse hebben om het te kopen, of in een bibliotheek te ontlenen, of je werk ook via andere kanalen aan bod komt (bloemlezingen, bewerkingen, voordrachten, literaire manifestaties)... Auteurs worden voortdurend beoordeeld en die beoordelingen hebben effect op de manier waarop ze hun werk kunnen uitoefenen. Dat is ook normaal.
Wij vinden daarbij dat het letterenbeleid van de overheid als doel moet hebben om het letterenveld in zijn geheel te versterken en te ondersteunen. Daarmee bedoelen wij: er zijn al genoeg ‘poortwachters’ actief in onze sector, we vinden het niet nodig dat ook de overheid zichzelf die rol toebedeelt. Of toch niet in de mate waarin ze dat nu doet.
Hoe paradoxaal het ook mag klinken, het is onze stellige overtuiging dat een te sterke nadruk op “kwaliteit” – zoals dat begrip ingevuld wordt in de vele commissies allerhande – de dynamiek, de levenskracht, de maatschappelijke inbedding en daardoor uiteindelijk de reële kwaliteit van het veld niet ten goede komt.
Concreet vinden wij dat, naast de vanzelfsprekende steun voor de selecte groep van auteurs met een grote uitstraling, het beleid ook oog moet hebben voor het werk van die collega’s die die uitstraling (nog) niet genieten.
Wij denken bijvoorbeeld dat het subsidiebeleid van het Vlaams Fonds voor de Letteren op dit vlak nog gecorrigeerd kan worden en wij kunnen niet akkoord gaan met de selectieve auteurslijst van de Stichting Lezen die bepaalt of een auteur al dan niet in aanmerking komt om gesubsidieerde lezingen te mogen geven.
In beide organen wordt ons inziens een te scherp onderscheid gemaakt tussen de topauteurs, die financieel ruim ondersteund worden, en een groep van auteurs die het op eigen kracht moet rooien.
Een gezonde letterensector heeft diversiteit nodig – ook om maatschappelijk relevant te blijven. Auteurs van thrillers, SF of populaire jeugdboeken zijn broodnodig voor een gezond veld. Ook oudere auteurs zijn dat. Zij worden vaak in de steek gelaten door media die exclusief oog hebben voor talent dat ‘in’ is. Maar moeten ook de subsidie-instanties die auteurs in de steek laten? Zelfs als zij nog over een trouwe schare lezers beschikken? Is het correct dat zo’n man of vrouw geen steun meer ontvangt, als hij/zij aan een nieuw boek begint – zelfs al heeft hij/zij voor dat boek nog steeds een uitgever met naam? Is het terecht dat een auteur, die op tientallen scholen gevraagd wordt om lezingen te geven, daar toch geen subsidie voor kan ontvangen? En is het terecht dat het voor een stripauteur die jarenlang populaire reeksen heeft getekend en daarmee zijn kunde en talent bewezen heeft, onmogelijk is om een eigen project aan te vatten, omdat de bevoegde commissies dat populairdere werk negatief beoordelen?
Ons uitgangspunt is: ‘literaire kwaliteit’ zit ingebed in een breed veld – niet alleen economisch, via het systeem van interne subsidiëring bij uitgeverijen, maar ook maatschappelijk: lezers lezen echt niet alléén de topauteurs, maar komen vaak pas tot hen via de weg van de populairdere literatuur. Of ze wisselen af: de ene dag een roman, de volgende een thriller... Om kwaliteit te stimuleren, moet daarom het hele veld gestimuleerd worden.
2. Een geprofessionaliseerde sector
De Vlaamse Auteursvereniging stelt de volgende maatregelen voor, die auteurs beter in staat kunnen stellen om hun werk professioneel uit te oefenen.
* Sociaal statuut van de kunstenaar: Wij vragen de Vlaamse regering om met alle mogelijke middelen druk uit te oefenen op de federale regering om de nodige aanpassingen te doen aan het sociaal statuut van de kunstenaar. Het moet een statuut worden waardoor niet alleen uitvoerende maar ook scheppende kunstenaars van een minimaal sociaal vangnet verzekerd worden. Het huidige statuut is immers op maat geschreven van de uitvoerende kunstenaars.
Waar scheppende kunstenaars het meeste nood aan hebben, is een aanvullend pensioenfonds en een sociale verzekering. Binnen het zelfstandigenstatuut (waartoe ze de facto verplicht worden) moeten ze dat nu privé regelen, wat voor velen te duur is. Een sociaal fonds (zoals dat bestaat in Frankrijk, Duitsland en Scandinavië), met bijdragen van de auteur zelf, de uitgevers, de overheid en de auteursrechtenmaatschappijen kan hier een oplossing zijn.
* Eregeld en loopbaanstimulans: in 2008 zorgde de minister van Cultuur op vraag van de Vlaamse Auteursvereniging voor de invoering van een zgn. eregeld voor oudere kunstenaars (een armoedemaatregel voor oudere kunstenaars die in precaire omstandigheden leven) en voor een zgn. loopbaanstimulans (een aanzet voor pensioenopbouw voor jongere kunstenaars). Deze maatregelen werden gerealiseerd met een beperkt budget maar ze werden zeer positief onthaald. Zowel het eregeld als de loopbaanstimulans (eventueel ingebed in het al vermelde pensioenfonds) moet voor de toekomst gegarandeerd blijven.
* Leenrecht: Wij vragen de Vlaamse regering met alle mogelijk middelen druk uit te oefenen op de federale regering om het bedrag van de leenrechtvergoeding substantieel te verhogen. Ook moeten regelingen getroffen worden om de inning en de uitbetaling van de leenrechtvergoedingen, die de Vlaamse Gemeenschap op zich heeft genomen, de komende jaren niet alleen te verzekeren, maar ze ook op een billijk niveau te brengen.
* De uitbouw van opleidingen en bijscholingen: De Vlaamse Auteursvereniging pleit voor de uitbouw van specifieke schrijversopleidingen in het hoger onderwijs; er is m.n. vraag naar een masteropleiding scenarioschrijven en een opleiding voor literaire vertalers (samen met Nederland), maar ook binnen andere genres is er soms vraag naar (volwaardige of specifieke) bijscholingen. De Vlaamse Auteursvereniging kan zelf vormen van bijscholing uitbouwen en organiseren, mocht ze daar de middelen voor krijgen.
* De oprichting van een fonds voor ondersteuning van kwaliteitsfictie op tv: zeer specifiek voor onze leden-scenaristen, onderschrijven wij de vraag van de Audiovisuele Sector voor de oprichting en uitbouw van het zgn. Stivo-Fonds (Stimuleringsfonds voor kwalitatieve Vlaamse Omroepproducties), naar analogie met het gelijknamige Nederlandse fonds.
3. Een gecoördineerde sector
De Vlaamse Auteursvereniging is ervan overtuigd dat de verschillende organisaties van het middenveld doorgaans goed werk leveren, maar nog beter op elkaar kunnen inspelen. Bevoegdheden zijn vaak versnipperd of onlogisch ondergebracht, en soms wordt er dubbel werk gedaan. Ook worden een aantal middenveldstaken op dit moment niet, of door allerlei verschillende organisaties uitgevoerd: onderzoekstaken bijvoorbeeld, of bijscholingen. De Vlaamse Auteursvereniging is dan ook vragende partij voor een professionele uitbouw en coördinatie van steunpuntfuncties in de letterensector: onderzoek, deskundigheidsbevordering en informatieverspreiding, bijscholing, draaischijf tussen beleid en praktijk, behartigen van de internationale facetten. De initiatieven en activiteiten die daartoe bijdragen, worden toevertrouwd aan de meest geschikte partners en gecoördineerd door een nog op te richten cel, die werkt op basis van een beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid. Het Vlaams Fonds voor de Letteren kan, wat ons betreft, een inbeddingsplaats zijn voor zo’n steunpuntcel.
Enigszins terzijde. Een van de zaken die zo’n steunpuntcel o.i. mee moet helpen realiseren, is een volledig nieuw systeem van gesubsidieerde lezingen, georganiseerd door een niet-commercieel managementbureau, naar analogie met de Nederlandse Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS). De huidige regeling voldoet immers niet. Dat nieuwe systeem staat permanent open voor alle auteurs en vertalers en zal op een dynamische manier en zonder langdurige aanvraagprocedures bemiddelen tussen vraag en aanbod en inspelen op de vraag van de markt.
Coördinatie is ook belangrijk omdat voor bepaalde aspecten in de ondersteuning van het letterenbeleid co-subsidiëring aangewezen is. Ook de ministeries van Onderwijs (opleidingen, schoollezingen), Tewerkstelling (professionalisering), Welzijn (leesbevordering kinderen, interculturaliteit, sociaal cultureel/artistiek werk), en Economie (buitenland) hebben hun rol te spelen.
4. Een transparante sector
De Vlaamse Auteursvereniging vindt het belangrijk dat auteurs, naar het voorbeeld van andere sectoren, een stem krijgen in alle gremia (commissies, besturen, jury’s, enz.) waar over hen beslissingen worden genomen en waar initiatieven die hen aanbelangen worden opgestart. De bereidheid om dat te doen is groeiende, maar vanzelfsprekend is het nog niet. We moeten erop blijven hameren.
Daarmee samenhangend wensen we, ter afsluiting en enigszins onbescheiden, een vraag te stellen over onze eigen situatie. De Vlaamse Auteursvereniging profileert zich als belangenvereniging. Met vijfhonderd leden worden we gesteund door een overgroot deel van de schrijvers in Vlaanderen, maar niettemin: het rekruteringsgebied is te klein om een professioneel werkende vereniging louter met lidgeldbijdragen te financieren. Een minimale toelage via het Vlaamse Fonds voor de Letteren garandeert wel onafhankelijkheid maar biedt onvoldoende financiële basis. De Vlaamse Auteursvereniging vraagt dan ook met aandrang subsidiëring via het ministerie van Cultuur.
