|
|||
Anne Baaths |
bedrijf: |
||
tel. privé:052/52.53.19 |
tel. werk: |
||
e-mail:
anne.koen1@telenet.be
|
Profiel Anne Baaths
De lokroep van de nachtegaal.
Een uur zestien. In de verte kraait een haan twee maal. Om de drie minuten herhaalt het proces zich. Zenuwachtig gekronkel. Het dringt zich aan me op. Iedere vezel vraagt me te antwoorden op die ene prangende vraag. Ik moet gehoorzamen anders wacht me enkel de uitkomst van een wankel onevenwicht. Kleine ervaringen leerden me dat dat slagveld niet lang te overzien is. Waar het vandaan komt en waar het naartoe gaat weet niemand. Ergens stopt de haan zijn nachtelijk intermezzo. Te laat. De hypnose heeft zich reeds van mij meester gemaakt.
Met zachte pas betreed ik het woud. De mysterieuze mist hangt tussen de pilaren van de kathedraal. Het inhoudsloze gewelf draagt licht. De bladeren vragen om gevuld te worden alvorens ze in de herfst van hun leven, verzwaard naar beneden dwarrelen.
Hij roept me. Zijn neuriën lokt me. In de ban en voorgoed verloren. Het koningsblauwe verenkleed, een instrument waarmee ik mijn nood ledig en mijn drang bevredig. Onbaatzuchtig leent de kleine koning me een veer uit zijn mantel en verleent me daarmee woordeloos het recht te creëren.
Duizenden jaren van onervarenheid met één pennentrek weggestreept. Het lege blad is mijn enige ongelijke tegenstander. Roemloos gaat het ten onder. Nooit maakt valse bescheidenheid zich van me meester wanneer het blad zich langzaam overgeeft. Bezwijkt. Aan deze overwinning valt niet eens eer te halen. Sneller, sneller krast de veer over het oppervlak en toch zal die nooit de vaart van mijn kronkelende hersens kunnen volgen. Nooit heeft het wat anders gedaan. Rechttoe, vele krullen en hoeken, rechtaan tot aan de einder. Mocht de pen zijn ding kunnen doen met het eenvoudigste vocht, geen zwalpende zee, geen overvloeiende oceaan bevat voldoende stof om aan de vraag van mijn ziel, mijn lijf -het bodemloze vat van mijn inspiratie- te voldoen. Stoppen is geen optie, doorgaan mijn plicht.
Branden, branden zullen ze! De weinige vingers die dit werk volbrengen. Mishandeld door de lokroep van de neuriënde nachtegaal. Maar wie denkt daar aan als het zweet zich met de handen verstrengelt op zoek gaat naar wat verlichting. Daar, in dat woud, ken ik en iedere gelijkgestemde ziel met mij, daar ken ik verlichting. Daar kom ik tot rust, is Mira mijn muze en koelt het stille water mijn bloed. Langzaam verlaat de hypnose mijn lome lijf.
Vijf uur vijftig. De tranen van de ontlading vermengen zich met het koningsblauw van zijn mantel en het robijnrood van mijn bloed terwijl een zweem van vaag violet de zonsopgang verraadt. De haan trekt opnieuw mijn aandacht. Hij kraait de mensheid wakker en mij mijn bed in.
Voor één dag is de roes voorbij…
Anne Baaths
trefwoorden:
roman
