FAQ

In onze ledenlijst vindt u alle auteurs die aangesloten zijn bij VAV, evenals de gegevens die zij zelf wensen bekend te maken. In overeenstemming met de wet op de bescherming van persoonsgegevens geeft VAV geen verdere gegevens van auteurs door aan derden. Indien u in contact wil komen met een auteur, dan stuurt VAV uw verzoek graag door.

Bent u op zoek naar een auteur om toestemming te krijgen voor het gebruik van zijn werk?

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Als u onuitgegeven werk aan iemand wilt tonen, is het verstandig het eerst te deponeren: op deze manier vermijdt u dat uw werk wordt gekopieerd zonder dat u enig bewijs van uw vaderschap kunt voorleggen.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De auteurswet van 30 juni 1994 kent de makers van oorspronkelijk werk een aantal rechten toe. Auteursrecht maakt deel uit van de intellectuele eigendomsrechten, die het werk van een auteur juridisch beschermen.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De auteur bezit het exclusieve recht op de exploitatie van zijn werk. Voor ontleningen in openbare bibliotheken en voor het kopiëren regelt de Belgische auteurswetgeving een wettelijke uitzondering hierop. Als compensatie ontvangt de auteur leenrecht en reprografievergoeding.


De vergoedingen uit het leenrecht en de reprografievergoeding zijn in juridische taal niet ‘draagbaar’, wel ‘haalbaar’. In gewone taal: als auteur moet je je rechten laten gelden. Concreet kan dat door lid te worden van een beheersvennootschap (deAuteurs; Sabam; SACD/Scam; Sofam; VEWA) of via Reprobel, die een referentievennootschap zal aanwijzen. Je moet bij je vennootschap je werken ook aangeven en jaarlijks actualiseren.

De beheersvennootschappen berekenen de vergoeding volgens hun interne reglement. Dat is goedgekeurd door de controledienst van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie en gebaseerd op o.a. genre, omvang, oplage, jaar van uitgifte, bekroningen, verkoopprijs, herdrukken…

Voor de inning van het leenrecht gelden twee parameters: de aanwezigheid in de openbare bibliotheek en het aantal ontleningen. Het aandeel van de auteur bedraagt 70%, dat van de uitgever 30%. Op basis van de collectiegegevens 2011 en de tarieven die zijn ingepland voor 2017 zal het auteursaandeel per ontleend exemplaar van een boek in 2017 maximaal 2,2 eurocent bedragen. Concreet: om een leenvergoeding van 35 euro te krijgen zal van een auteur een boek beschikbaar moeten zijn in alle 800 uitleenpunten en daar tweemaal per jaar uitgeleend worden.

Een Vlaamse auteur kan zijn recht op leenvergoeding ook laten gelden voor in Nederlandse bibliotheken ontleende boeken. Dat doe je door je aan te melden (geen aansluiting!) bij LIRA, met opgave van je titels. De leenvergoeding per ontlening bedraagt in Nederland ongeveer 12 eurocent.

Een raming van de reprografievergoeding is moeilijker vanwege de complexe en uiteenlopende berekeningswijzen. Uit het inkomensonderzoek van VAV bleek dat voor de respondenten gemiddeld 690 euro te zijn – een gemiddelde dat sterk wordt opgetrokken door een kleine groep auteurs met reprografievergoedingen boven de 5000 euro. Wetenschappelijke en educatieve publicaties ontvangen verhoudingsgewijs hogere reprovergoedingen, omdat dit genre in de praktijk meer gekopieerd wordt.

Indien u vaststelt dat uw werk door derden werd gebruikt zonder daarvoor uw toestemming werd gevraagd, dient u eerst na te gaan wie over de rechten beschikt.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De auteurswet beschermt oorspronkelijk werk dat een concrete uitwerking heeft gekregen: een idee, concept, principe, methode,… worden niet beschermd. Bovendien moet het werk beantwoorden aan de originaliteitseis:

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Wanneer u een contract sluit met een uitgever worden daarin de exclusieve licenties voor uw primaire rechten en de afgeleide rechten of nevenrechten geregeld.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De auteurswet van 30 juni 1994 kent de makers van oorspronkelijk werk een aantal rechten toe. Auteursrecht maakt deel uit van de intellectuele eigendomsrechten, die het werk van een auteur juridisch beschermen.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Wanneer u een contract sluit met een uitgever worden daarin de exclusieve licenties voor uw primaire rechten en de afgeleide rechten of nevenrechten geregeld.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Alles hangt er een beetje vanaf wat je wil, maar helaas is de evidente keuze voor de beste betaler geen optie. Beheersvennootschappen laten op dat vlak niet in hun kaarten kijken (hoewel VAV hier meermaals om heeft gevraagd).

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Beheersvennootschappen beheren de auteursrechten van hun leden. Het innen van collectieve rechten is alleen mogelijk via een beheersvennootschap. Het is daarom belangrijk dat je je als auteur aansluit – het is de enige weg om aanspraak te maken op reprografie- en (toegegeven: povere) leenrechtvergoedingen.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


VAV stelt vast dat steeds meer uitgevers de volgende bepaling toevoegen aan artikel 6.1(2) van het modelcontract: bij kortingen van 50% of meer ontvangt de auteur 10% op de exploitatie-inkomsten, niet langer op de verkoopprijs. Dat heeft grote gevolgen.

Voor een boek dat in de boekhandel wordt verkocht voor 20 euro ontvangt de auteur 1,89 euro als hij de gebruikelijke 10% op de verkoopprijs (exclusief btw) krijgt. Daarbij is een korting van 40 à 45% aan de boekhandel ingecalculeerd. Wanneer een uitgever echter 51% korting toekent, ontvangt de auteur op grond van het toegevoegde artikel nog maar 0,93 euro voor datzelfde boek. (Bij 55% korting is dat nog 0,85 euro.)

Ook de uitgever ziet zijn inkomsten dalen, zij het matig: terwijl de netto omzet bij een reguliere verkoop voor hem 8,48 euro bedraagt (20 euro verkoopprijs, minus korting van 45% = 11 euro, minus 6% btw en een royalty van 1,89), daalt dit naar 8,32 euro bij 51% korting, en naar 7,64 euro bij 55% korting.

We stellen dus vast dat bij grote kortingen wordt afgeweken van de gebruikelijke 50/50-verdeling van de netto opbrengsten: bij een korting van 51% derft de uitgever 16 cent, de auteur 96 cent. Bij een korting van 55% levert de uitgever 84 cent in, de auteur 1,04 euro.

Kortingen van meer dan 50% zijn alvast de realiteit voor de verkoop aan Nederland, en vice versa voor de verkoop aan Vlaanderen in het geval van een Nederlandse uitgever. Dat is een gevolg van de extra vergoeding aan de importeur voor de activiteiten en kosten die hij overneemt van de uitgever: promotie, aanbieden aan de boekhandel, logistiek, facturatie… Echter: dit zijn kosten die de uitgever niet langer hoeft te dragen, waardoor een verrekening met de auteur niet aan de orde is.

Auteurs die de toevoeging aan het modelcontract aanvaarden zien hun inkomsten dan ook drastisch gereduceerd!

VAV zal deze praktijk in de nakende onderhandelingen over een update van de uitgave-overeenkomst (‘het modelcontract’) niet aanvaarden: het is aan de uitgever om de besparing die hij realiseert af te wegen tegen de extra korting, niet om het omzetverlies van die extra korting te verhalen op de auteur.

Wat de toevoeging hiervan aan het Nederlandse modelcontract betreft: we rapporteerden dit probleem aan onze Nederlandse zustervereniging. Ondertussen raden we onze auteurs aan hun Nederlandse contracten steeds aan ons voor te leggen.

Dit percentage is het resultaat van een berekening waarbij alle kosten die verbonden zijn aan de productie van een boek in rekening worden gebracht.

Om deze kosten terug te verdienen (break even) zal de uitgever tussen de 700 en 1000 exemplaren aan de man moeten brengen – in het geval van fictie. Voor geïllustreerde boeken kan het break-evenpunt oplopen, door de extra kosten die de lay-out en de (driekleuren)druk met zich meebrengen.

 

De verdeling van de kosten is de volgende:

  • Redactie en druk: 25%
  • Promotie: 3-5%
  • Distributie: 10%
  • Boekhandelskorting: 42%

Blijft dus 20% over, en die wordt gelijk verdeeld tussen de uitgever en de auteur.

De kleine vergoedingsregeling (KVR) is een forfaitaire onkostenvergoeding voor artistieke prestaties zoals lezingen. Het vergt een minimale administratie en is vrijgesteld van sociale bijdragen en van belastingen.

Het gebruik van KVR is verbonden aan een aantal voorwaarden:

  • maximaal 123,32 euro per dag per opdrachtgever;
  • niet meer dan 7 dagen na elkaar bij dezelfde opdrachtgever;
  • niet meer dan 30 dagen per jaar;
  • maximaal 2.466,34 euro per jaar;
  • het betreft een artistieke prestatie door een natuurlijke persoon (geen vereniging);
  • bij eenzelfde opdrachtgever kan KVR niet afgewisseld worden met een andere vergoedingsvorm (facturatie, SBK, werknemer,…).

Deze vergoeding is een onkostenvergoeding, wat betekent dat ze niet kan gecombineerd worden met een bijkomende kostennota (vervoersonkosten, maaltijden,…) of vrijwilligersvergoeding.

Werklozen dienen de gepresteerde dag aan te duiden op de stempelkaart.

Tot 2015 volstond een ‘verklaring op eer’, ingevuld door de kunstenaar en ondertekend door de opdrachtgever. Vanaf 2016 is de Kunstenaarskaart met bijhorende overzichtstabel verplicht: deze kan aangevraagd worden bij de Commissie Kunstenaars aan de hand van dit formulier.

 

De kunstenaarskaart

Auteurs kunnen uitsluitend van de KVR gebruik maken wanneer ze in het bezit zijn van een kunstenaarskaart, die aangevraagd kan worden bij de Commissie Kunstenaars. Dit is een recente beslissing, die in voege is getreden op 22 maart 2016, met de publicatie van het huishoudelijk reglement van de Commissie Kunstenaars. Er bestaat nog onduidelijkheid over de periode voorafgaand aan de aflevering van de kaart, die aanzienlijk vertraagd kan worden door de grote aantallen aanvragen. Indien uw aanvraag lopende is, raden we u aan het aanvraagformulier te bewaren.

De overzichtstabel moet bij elke prestatie ingevuld worden en ondertekend door de opdrachtgever. Het bevat de volgende gegevens:

  • de aard van de prestatie
  • de datum van de prestatie
  • de duur van de prestatie bij eenzelfde opdrachtgever
  • het bedrag dat ontvangen werd als vergoeding
  • de naam van de opdrachtgever of diens KBO-nummer
  • de handtekening van de opdrachtgever

Het Kunstenloket stelt een publicatie met uitgebreide informatie over de KVR ter beschikking.

Auteurs die lezingen geven maar hiervoor liever geen zelfstandige in bijberoep worden, bestaat de (weliswaar minder voordelige) mogelijkheid te factureren via een Sociaal Bureau voor  Kunstenaars. In die constructie fungeert het SBK als werkgever en de auteur is werknemer.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De auteur bezit het exclusieve recht op de exploitatie van zijn werk. Voor ontleningen in openbare bibliotheken en voor het kopiëren regelt de Belgische auteurswetgeving een wettelijke uitzondering hierop. Als compensatie ontvangt de auteur leenrecht en reprografievergoeding.

De vergoedingen uit het leenrecht en de reprografievergoeding zijn in juridische taal niet ‘draagbaar’, wel ‘haalbaar’. In gewone taal: als auteur moet je je rechten laten gelden. Concreet kan dat door lid te worden van een beheersvennootschap (deAuteurs; Sabam; SACD/Scam; Sofam; VEWA) of via Reprobel, die een referentievennootschap zal aanwijzen. Je moet bij je vennootschap je werken ook aangeven en jaarlijks actualiseren.

De beheersvennootschappen berekenen de vergoeding volgens hun interne reglement. Dat is goedgekeurd door de controledienst van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie en gebaseerd op o.a. genre, omvang, oplage, jaar van uitgifte, bekroningen, verkoopprijs, herdrukken…

Voor de inning van het leenrecht gelden twee parameters: de aanwezigheid in de openbare bibliotheek en het aantal ontleningen. Het aandeel van de auteur bedraagt 70%, dat van de uitgever 30%. Op basis van de collectiegegevens 2011 en de tarieven die zijn ingepland voor 2017 zal het auteursaandeel per ontleend exemplaar van een boek in 2017 maximaal 2,2 eurocent bedragen. Concreet: om een leenvergoeding van 35 euro te krijgen zal van een auteur een boek beschikbaar moeten zijn in alle 800 uitleenpunten en daar tweemaal per jaar uitgeleend worden.

Een Vlaamse auteur kan zijn recht op leenvergoeding ook laten gelden voor in Nederlandse bibliotheken ontleende boeken. Dat doe je door je aan te melden (geen aansluiting!) bij LIRA, met opgave van je titels. De leenvergoeding per ontlening bedraagt in Nederland ongeveer 12 eurocent.

Een raming van de reprografievergoeding is moeilijker vanwege de complexe en uiteenlopende berekeningswijzen. Uit het inkomensonderzoek van VAV bleek dat voor de respondenten gemiddeld 690 euro te zijn – een gemiddelde dat sterk wordt opgetrokken door een kleine groep auteurs met reprografievergoedingen boven de 5000 euro. Wetenschappelijke en educatieve publicaties ontvangen verhoudingsgewijs hogere reprovergoedingen, omdat dit genre in de praktijk meer gekopieerd wordt.

Om een beeld te krijgen van het inkomen van Vlaamse auteurs heeft VAV haar leden uit de diverse ‘genres’ uitgebreid bevraagd over hun inkomen en het aandeel daarin van literaire activiteiten.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Sinds 1 januari is de omzetgrens voor de vrijstelling van btw opgetrokken van 15.000 euro naar 25.000 euro. Eerder, op 1 april 2014, werd de grens van 5.580 euro naar 15.000 euro opgetrokken. Dit betekent dat u, indien u of uw onderneming in 2016 onder deze grens blijft, geen btw verschuldigd bent op goederen en diensten door u geleverd – u dient deze dan ook niet aan te rekenen. Voor een gedetailleerde toelichting (en een lijst van activiteiten die niet in aanmerking komen voor deze vrijstelling) kunt u terecht op de site van de FOD Financiën.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van facturen die u kunt gebruiken bij het factureren van opdrachten.

Lezingen

Lezingen en voordrachten zijn vrijgesteld van BTW. Dit dient u op uw factuur te vermelden: klik hier voor een voorbeeld.

 

Opdrachten (andere dan lezingen of voordrachten)

Wanneer u deelneemt aan een debat, een kunstwerk verkoopt, een workshop geeft, of een andere opdracht uitvoert bezorgt u de opdrachtgever na afloop een factuur. Afhankelijk van de prestatie rekent u hierop 6% of 21% btw. U dient hiervoor btw-plichtig te zijn en de ontvangen btw door te storten aan de fiscus. Het normale btw-tarief is 21% (vb: deelname aan een debat). Artistieke prestaties genieten het verminderde tarief van 6% (vb: verkoop van een originele illustratie).

Klik hier voor een voorbeeldfactuur met btw.

Ook indien u niet btw-plichtig bent kunt u prestaties verrichten die onder de btw-wetgeving vallen. Dit kunt u doen tot een omzet van 15.000 euro per jaar. Indien de omzet hoger is wordt u btw-plichtig en dient u btw aan te rekenen.

Klik hier voor een voorbeeldfactuur met btw-vrijstelling.

Opgelet: het is niet omdat u de btw-vrijstelling geniet dat u zich niet dient te vestigen als zelfstandige: om facturen uit te schrijven of inkomsten te ontvangen uit auteursrechten moet u zelfstandige zijn. Uitzonderlijke opdrachten (‘occasionele inkomsten’) kunt u een- of tweemaal factureren, daarna zult u zich in regel moeten stellen om problemen met de fiscus te voorkomen.

Voor een nota voor occasionele inkomsten klikt u hier.

Ook dit jaar stelde Carlo Van Baelen voor VAV-leden een beknopte gids samen over de belastingaangifte: deze handleiding leidt u door alle rubrieken die u al dan niet moet invullen in uw aangifte.

U vindt het document hier.

Auteursrechten en lezingen uit eigen werk zijn vrijgesteld van btw.

Op schrijfopdrachten, journalistiek werk, redactiewerk dient u wel BTW aan te rekenen.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Omdat inkomsten uit auteursrechten gekwalificeerd zijn als roerende inkomsten betaalt u hierop geen sociale bijdragen. U bouwt bijgevolg ook geen sociale rechten op en doet bijvoorbeeld niet aan pensioenopbouw eerste pijler. 

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Wanneer u in opdracht werkt (vb vertaling, illustraties, redactiewerk,…) mag uw opdrachtgever de vergoeding niet volledig als royalty kwalificeren (waardoor deze in aanmerking zou komen voor het fiscaal gunstig regime van auteursrechten): een betaalde prestatie komt niet in aanmerking voor auteursrechten.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De nieuwe regeling heeft enkel betrekking op de inkomsten verkregen uit de exploitatie van uw werk, alsook uit de wettelijke licenties (zoals o.m. reprografie, leenrecht, thuiskopie, billijke vergoeding).

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Sinds 2009 is de nieuwe fiscale wetgeving van toepassing op auteursrechten, waardoor deze aan 15% belast worden;  tot 14.140 euro kunt u een forfaitaire kosteninbreng toepassen van 50%. Voor ontvangen auteursrechten tussen 14.141 euro en 28.280 euro geldt een forfaitaire kostenaftrek van 25%.Boven 28.281 euro is geen forfaitaire kostenaftrek mogelijk (eventueel bewijs van reële kosten).

De roerende voorheffing wordt aan de basis afgehouden – uw in België gevestigde uitgever, beheersvennootschap,… zijn hiertoe verplicht. Met deze roerende voorheffing zijn de verschuldigde belastingen op uw auteursrechten vereffend. Deze uitzonderlijk gunstige maatregel kwam tot stand mede dankzij VAV. Voor meer informatie kan u de fiscale FAQ raadplegen op de website van deAuteurs.

Inkomsten uit lezingen zijn geen royalty’s (er worden geen rechten overgedragen, een essentiële voorwaarde), en worden dus belast als diverse inkomsten (indien slechts sporadisch) of als beroepsinkomsten (in welk geval de auteur zelfstandige, al dan niet in bijberoep, is).

Auteurs die op de lezingenlijst van het VFL staan ontvangen daarvoor een fiche 281.50 voor hun belastingaangifte. Géén fiche 281.30, die weliswaar voordeliger is maar slechts voor subsidies kan toegekend worden. De fiscus beschouwt de vergoeding van het fonds als een vergoeding voor bewezen diensten. Geen prestatie betekent geen vergoeding, een essentieel verschil met de werkbeurzen die geen resultaatsverbintenis inhouden.

Auteurs die occasioneel inkomsten uit lezingen halen, vermelden deze in vak XVI B Diverse inkomsten, onder code 1200 / 2200. Voor de kostenaftrek heeft u de keuze tussen reële kosten en forfaitaire kosten (20% wordt als redelijk beschouwd): deze voert u in onder code 1201 / 2201.

Voor auteurs die deze inkomsten regelmatig ontvangen, gelden deze als beroepsinkomsten: de bedragen worden vermeld in vak XIX onder code 1650 / 2650. Onder code 1657 / 2657 kunt u reële beroepskosten in mindering brengen – die moet u kunnen aantonen. Als u dit vak niet invult worden forfaitaire kosten in mindering gebracht:

  • voor de eerste schijf tot 5.710 euro 28,7 % (of maximum 1.638,77 euro)
  • op de schijf tussen 5.710 en 11.340 euro is dit 10%.

Wellicht hebt u er belang bij te kiezen voor de forfaitaire kostenaftrek, gezien het hoge aftrekpercentage in de eerste schijf.

Opgelet: indien u deze inkomsten met enige regelmaat ontvangt (en deze dus beroepsinkomsten zijn) moet u aangesloten zijn bij een sociaal verzekeringsfonds (zelfstandige kas).

Indien u als zelfstandige in hoofdberoep of bijberoep sociale bijdragen hebt betaald, moet u deze vermelden onder code 1656 / 2656.

Auteurs die lezingen geven maar hiervoor liever geen zelfstandige in bijberoep worden, bestaat de (weliswaar minder voordelige) mogelijkheid te factureren via een Sociaal Bureau voor  Kunstenaars. In die constructie fungeert het SBK als werkgever en de auteur is werknemer.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Gesubsidieerde lezingen

Wanneer een auteur lezingen geeft via het Vlaams Fonds voor de Letteren kunnen de afspraken die via de website van het VFL gemaakt worden  als contract beschouwd worden. De betaling gebeurt via het VFL zonder dat de auteur een factuur moet maken. Voor lezingen die in Nederland via de Stichting Schrijvers School Samenleving geregeld worden maakt de SSSS een contract op. De betaling gebeurt via de SSSS, eveneens zonder dat de auteur een factuur moet maken.

 

Niet-gesubsidieerde lezingen

Voor alle andere lezingen zet de auteur de gemaakte afspraken (datum, plaats, uur van aanvang, uur van aanwezigheid, onderwerp en duur van de lezing, aanwezigheid microfoon, overeengekomen prijs) op mail: dit kan beschouwd worden  als contract. U kunt ook dit contract gebruiken. Na de lezing bezorgt de auteur een factuur aan de organisator (een voorbeeld vindt u  hier).

 

 Lezingen en btw

Lezingen zijn vrijgesteld van btw. In uw factuur vermeldt u dit als volgt: Bovenvermeld bedrag is vrij van BTW (Art. 44, §2, 8e van het BTW-wetboek).

 

Let op: als u inkomsten uit lezingen ontvangt, dient u zich te vestigen als zelfstandige (in bijberoep). u kunt deze  slechts een beperkt aantal keren categoriseren als occasionele inkomsten (waarop geen sociale bijdragen gedaan worden), maar daarna moet u zich in regel stellen. Dit kan voordelig zijn: indien u onder 1421 euro per jaar blijft (na aftrek van alle kosten!), zal uw zelfstandige kas uw kwartaalbijdragen terugstorten. Meer informatie hierover vindt u in ons Auteurshandboek hoofdstuk 1: ‘Leven van je pen’.

Ook voor deelname aan een literaire manifestatie (een programma met een groot aantal auteurs op het affiche waarbij elke auteur slechts een beperkte podiumtijd invult) gelden andere vergoedingsgebruiken dan voor zogenaamde literaire lezingen (een avond- of lesurenvullend optreden van één auteur).

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Boekpresentaties (een eerste voorstelling van een nieuw boek) worden door de band niet als ‘lezingen’ beschouwd waar de auteur een vergoeding voor ontvangt.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Inkomsten uit auteurslezingen worden fiscaal niet als auteursrechten beschouwd, maar zijn belastbaar volgens de geldende regeling op de inkomstenbelasting. 

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Dat er voor auteurslezingen vaak niet of nauwelijks betaald wordt, kan voor de Vlaamse Auteursvereniging  niet.

Na raadpleging van onze leden stelden we de volgende richtprijzen voor auteurslezingen voor:

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Het volgrecht is een specifieke vergoeding voor grafische werken. Het kent de maker van het werk een vergoeding toe wanneer het werk wordt doorverkocht. Meer informatie over het volgrecht vindt u hier.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Hieronder vindt u enkele tarieven die u als richtlijn kunt gebruiken bij tariefonderhandelingen voor vertaalopdrachten.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


VAV stelt vast dat steeds meer uitgevers de volgende bepaling toevoegen aan artikel 6.1(2) van het modelcontract: bij kortingen van 50% of meer ontvangt de auteur 10% op de exploitatie-inkomsten, niet langer op de verkoopprijs. Dat heeft grote gevolgen.

Voor een boek dat in de boekhandel wordt verkocht voor 20 euro ontvangt de auteur 1,89 euro als hij de gebruikelijke 10% op de verkoopprijs (exclusief btw) krijgt. Daarbij is een korting van 40 à 45% aan de boekhandel ingecalculeerd. Wanneer een uitgever echter 51% korting toekent, ontvangt de auteur op grond van het toegevoegde artikel nog maar 0,93 euro voor datzelfde boek. (Bij 55% korting is dat nog 0,85 euro.)

Ook de uitgever ziet zijn inkomsten dalen, zij het matig: terwijl de netto omzet bij een reguliere verkoop voor hem 8,48 euro bedraagt (20 euro verkoopprijs, minus korting van 45% = 11 euro, minus 6% btw en een royalty van 1,89), daalt dit naar 8,32 euro bij 51% korting, en naar 7,64 euro bij 55% korting.

We stellen dus vast dat bij grote kortingen wordt afgeweken van de gebruikelijke 50/50-verdeling van de netto opbrengsten: bij een korting van 51% derft de uitgever 16 cent, de auteur 96 cent. Bij een korting van 55% levert de uitgever 84 cent in, de auteur 1,04 euro.

Kortingen van meer dan 50% zijn alvast de realiteit voor de verkoop aan Nederland, en vice versa voor de verkoop aan Vlaanderen in het geval van een Nederlandse uitgever. Dat is een gevolg van de extra vergoeding aan de importeur voor de activiteiten en kosten die hij overneemt van de uitgever: promotie, aanbieden aan de boekhandel, logistiek, facturatie… Echter: dit zijn kosten die de uitgever niet langer hoeft te dragen, waardoor een verrekening met de auteur niet aan de orde is.

Auteurs die de toevoeging aan het modelcontract aanvaarden zien hun inkomsten dan ook drastisch gereduceerd!

VAV zal deze praktijk in de nakende onderhandelingen over een update van de uitgave-overeenkomst (‘het modelcontract’) niet aanvaarden: het is aan de uitgever om de besparing die hij realiseert af te wegen tegen de extra korting, niet om het omzetverlies van die extra korting te verhalen op de auteur.

Wat de toevoeging hiervan aan het Nederlandse modelcontract betreft: we rapporteerden dit probleem aan onze Nederlandse zustervereniging. Ondertussen raden we onze auteurs aan hun Nederlandse contracten steeds aan ons voor te leggen.

Dit percentage is het resultaat van een berekening waarbij alle kosten die verbonden zijn aan de productie van een boek in rekening worden gebracht.

Om deze kosten terug te verdienen (break even) zal de uitgever tussen de 700 en 1000 exemplaren aan de man moeten brengen – in het geval van fictie. Voor geïllustreerde boeken kan het break-evenpunt oplopen, door de extra kosten die de lay-out en de (driekleuren)druk met zich meebrengen.

De verdeling van de kosten is de volgende:

  • Redactie en druk: 25%
  • Promotie: 3-5%
  • Distributie: 10%
  • Boekhandelskorting: 42%

Blijft dus 20% over, en die wordt gelijk verdeeld tussen de uitgever en de auteur.

Regelmatig krijgen auteurs bij de ondertekening van een uitgavecontract de bepaling over “exclusief optierecht” voorgelegd. Wanneer dit ook “toekomstige werken binnen een bepaald genre” vermeldt, verbindt de auteur zich ertoe elk manuscript in dat genre eerst aan de uitgever voor te leggen, voor een periode van een bepaald aantal jaren (vijf volgens het modelcontract).

VAV wijst erop dat dit slechts eenmaal mogelijk is. Sommige uitgevers herhalen deze bepaling echter ook in volgende contracten met dezelfde auteur. Dit betekent dat die auteur ad infinitum aan de uitgever zou kunnen gebonden worden. Wat uiteraard niet het geval is.

De auteur kan deze bepaling weigeren: exclusief optierecht blijft, net als elke andere bepaling in een contract, het voorwerp van onderhandeling.

Het e-boek heeft de markt betreden. Wat de gevolgen zullen zijn, is nog onduidelijk. Tal van uitgevers bieden hun auteurs in dit verband een addendum bij het contract aan.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De Vlaamse Auteursvereniging behartigt de collectieve en individuele belangen van auteurs. Op onze website kunnen auteurs zichzelf voorstellen. 

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Een uitgavecontract is een complex document dat vaak veel meer regelt dan alleen de uitgave in boekvorm. Het contract zal bv. ook verbintenissen vastleggen i.v.m. eventuele vertalingen, verfilmingen enz.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) is een Vlaamse openbare instelling. Het VFL is actief sinds 2001 en heeft als doel de Nederlandstalige letteren en de vertaling in en uit het Nederlands van literair werk in de brede zin van het woord te ondersteunen. Zo wil het fonds bijdragen tot de verbetering van de sociaaleconomische positie van auteurs en vertalers. Het fonds werkt op basis van een beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid.

In de missie wordt de opdracht vertaald als:

1. letteren helpen creëren en produceren

2. letteren helpen verspreiden

3. letteren helpen verspreiden in het buitenland

4. de letterensector versterken.

Hiertoe verstrekt het VFL subsidies, informatie en documentatie. Het organiseert en financiert ook projecten, samenwerkingsplatforms en andere initiatieven in binnen- en buitenland, en het promoot Vlaamse literatuur over de grenzen. Kernbegrippen zijn kwaliteit, professionaliteit en diversiteit.

Het jaarbudget 2013 bedroeg 4,9 miljoen euro, waarvan 4,7 miljoen dotatie van de Vlaamse overheid en 0,2 miljoen eigen inkomsten. 72% ging naar subsidies, waarvan ruim 40% direct naar auteurs en vertalers, 4% naar projecten en 24% naar werkingskosten inclusief buitenlandwerking.

Het VFL heeft 28 subsidieregelingen bestemd voor auteurs en vertalers, uitgevers, organisatoren… Deze subsidies ondersteunen de auteurs zowel rechtstreeks (werkbeurzen, reisbeurzen, lezingen…) als onrechtstreeks (bijvoorbeeld steun aan literaire tijdschriften, wat leidt tot publicatiekansen voor auteurs). Op de website kun je het doel, de voorwaarden, de criteria en de aanvraagprocedures in detail raadplegen.

Voor meer toelichting bij de regelingen en hun voorwaarden (bv. inkomensgrenzen) verwijzen we naar de website.

Het Vlaams Fonds voor de Letteren kent geen subsidies toe voor uitgaves in eigen beheer. Hiervoor zijn 3 redenen:

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Om auteurs en hun morele en economische rechten te beschermen hanteert het VFL een aantal formele criteria die uitgevers dwingen om bepaalde sectoriële afspraken te respecteren.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


De Vlaamse Auteursvereniging kan haar leden bijstaan bij het indienen van een inhoudelijk bezwaar. Enerzijds kunnen wij, na bestudering van het dossier, mee op zoek gaan naar argumenten om het dossier te stofferen. 

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.


Inhoudelijk bezwaar

Wanneer een subsidieaanvraag door het beslissingscollege wordt afgewezen kan de indiener inhoudelijk bezwaar aantekenen tegen het besluit. Dit bezwaar bestaat uit extra argumenten waarmee het college geen rekening kon houden omdat ze niet in het aanvraagdossier werden opgenomen. De beroepscommissie buigt zich over deze toevoegingen en formuleert een gemotiveerd besluit.

De inhoud van dit artikel is uitsluitend toegankelijk voor VAV-leden.
Log in indien u lid bent. Nog geen lid? Vraag hier uw lidmaatschap aan.